Home > Nieuws > Bezuinigingen te snel en te veel

Bezuinigingen te snel en te veel

Dinsdag 15 September 2015

Niet alleen inwoners en ambtenaren, maar ook wethouders hebben moeite met (nieuwe) bezuinigingen op onder meer zorg en jeugd. De grenzen zijn bereikt. Wethouders zien zich door het rijk voor een ‘schier onmogelijke opdracht’ gesteld en stellen meer tijd nodig te hebben.

Onderzoek

De hoofdbrekens van gemeenten om de rijkskortingen op de budgetten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), de Jeugdwet en de Participatiewet op te vangen, zijn nog niet over. Hoewel ambtenaren en inwoners verdere bezuinigingen op vooral de Wmo niet zien zitten, zit er een nieuwe ronde aan te komen. Vier op de tien ambtenaren menen dat er ook komend jaar op de huishoudelijke hulp zal worden bezuinigd en drie op de tien voorzien bezuinigingen op de ouderenzorg en de zorg aan langdurig zieken. Dat blijkt uit een opiniepeiling onder ambtenaren en inwoners dat in opdracht van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door I&O Research.

Jeugdzorg

Ook op de jeugdzorg wordt komend jaar beknibbeld, voorspelt 29 procent van de ambtenaren. Bijna zeven op de tien inwoners vindt dat onverteerbaar. Overigens verwachten zowel ambtenaren (72 procent) als inwoners (58 procent) dat op andere portefeuilles extra moet worden bezuinigd, om de Wmo en Jeugdwet naar behoren te kunnen uitvoeren.

Cumulatie

Wethouders in onder meer Roermond en Lelystad hebben eveneens moeite met de bezuinigingen, en met name het tempo waarin die moeten worden gerealiseerd. ‘We moeten de zorg en ondersteuning op een andere manier regelen. Daar zijn we ook hard mee bezig, maar dat vergt tijd. Ook van instellingen en van burgers. Ik ben ervan overtuigd dat we een heel eind kunnen komen, als het rijk tenminste stopt met de cumulatie van kortingen’, benadrukt wethouder financiën Jop Fackeldey (PvdA) van Lelystad. Want naast de verdergaande korting op de zorgbudgetten – ‘die al heftig genoeg zijn’ – speelt er nog de financiële problematiek van de verdeelmodellen en de herijking van het gemeentefonds. Zeker de steden worden hierdoor volgens de wethouder onevenredig zwaar getroffen. Fackeldey: ‘Er komt een moment dat je door de bodem zakt.’

Grens bereikt

De regering stelt de gemeenten voor een enorme, schier onmogelijke, opdracht. De grens is nagenoeg bereikt’, vindt ook de Roermondse wethouder Marianne Smitsmans (maatschappelijke zorg, GroenLinks). ‘We kunnen de bezuinigingen alleen realiseren als we de gelegenheid krijgen om ons beleid om te buigen, zoals het inrichten van meer algemene voorzieningen en door mensen aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid en kracht. Dat daar grenzen aan zijn, is duidelijk.’

Forse problemen

Lelystad krijgt komend jaar voor de uitvoering van de Wmo en de jeugdzorg vier miljoen euro minder dan dit jaar. En dit jaar was het al en fikse klus om de oude en nieuwe gedecentraliseerde taken op het sociaal domein met het overgehevelde rijksbudget te klaren. Lelystad heeft daarom onder meer de huishoudelijke hulp versoberd. Of de gemeente uitkomt met het budget voor de jeugdzorg is nog maar zeer de vraag, stelt Fackeldey. ‘Daar zien we forse problemen.’

Versobering

Ook Roermond versoberde de huishoudelijke hulp (hh) en wist door scherp in te kopen op begeleiding en kortdurend verblijf de benodigde bezuinigingen te realiseren. Niet alle burgers namen genoegen met het nieuwe hh-beleid. ‘Naar aanleiding van het herindicatietraject is een aantal bezwaarschriften ingediend. In sommige gevallen heeft dit geleid tot een wijziging van de indicatie’, aldus Smitsmans.

Zachte landing

De nieuwe (rijks)bezuinigingen moet het college in 2016 binnen de eigen begroting opvangen. In opdracht van de gemeenteraad is het macrobudget uit het gemeentefonds het budgettaire kader voor de uitvoering van de Wmo 2015. Wel heeft Roermond middelen gereserveerd voor een zogenaamde zachte landing. ‘Hiermee bekostigen wij onder andere de inrichting van algemene voorzieningen die een alternatief kunnen zijn voor de duurdere maatwerkvoorzieningen. Op die manier hoeven deze kosten niet uit het toch al krappe budget bekostigd te worden en is er geld om onvoorziene zaken zoals stapeling en andere zaken op te vangen.’

Het onderzoek naar de standpunten van burgers en ambtenaren ten aanzien van het gemeentelijk bezuinigingsbeleid is uitgevoerd onder 1.373 gemeenteambtenaren en 2.192 burgers.

Bron: Binnenlands Bestuur