Home > Nieuws > Blog: PrO en VSO gebaat bij meer uniformiteit in overdracht

Blog: PrO en VSO gebaat bij meer uniformiteit in overdracht

Donderdag 18 Juni 2015

 

Door: Patrick van den Nieuwenhof

Met de invoering van de Participatiewet valt vanaf 2015 een groot deel van de schoolverlaters van het praktijkonderwijs (PrO) en het speciaal voortgezet onderwijs (VSO) ten aanzien van arbeidstoeleiding en, indien nodig, inkomensvoorziening onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Een belangrijke insteek van de gemeenten is om na te gaan wat de mogelijkheden van de individuele jongeren zijn om zoveel mogelijk maatschappelijk te participeren en zo veel mogelijk economisch zelfredzaam te zijn. Met betrekking tot arbeidstoeleiding vormt de inschatting van het arbeidsvermogen en loonwaarde een centrale rol bij het inschatten van de mogelijkheden.

Versnippering en gebrek aan aansluiting

Binnen het PrO en VSO (met name in de profielen Arbeid en Dagbesteding) worden leerlingen intensief voorbereid op (beschut) werk. Door middel van stages in combinatie met branchegerichte cursussen worden deze jongeren zo veel mogelijk algemene werknemers- en beroepsgerichte vaardigheden aangeleerd. Om de voortgang van de individuele leerlingen vast te leggen, wordt binnen het PrO en VSO gebruik gemaakt van een veelvoud aan assessment-instrumenten. Deze hebben vaak een eigen indeling van competenties en indicatoren en zijn gericht op onderwijskundige opbrengsten. Eenduidigheid in terminologie en normering is ver te zoeken. Versnippering alom en weinig tot geen aansluiting met de mogelijke volgende stap in de keten.

Begrippenkader

Aan de kant van de gemeenten is meer uniformiteit te herkennen. De beoordeling van het arbeidsvermogen is in handen van het UWV die daarbij uitsluitend het instrument SMBA hanteert. De ontwikkelaars van instrumenten voor het beoordelen van de loonwaarde hebben gezamenlijk een begrippenkader afgesproken waarbinnen de definities van de kernbegrippen zijn bepaald.

Twee maten

Vanwege het ontbreken van een eenduidig kader en instrumentarium dat aansluit bij de werkwijze en het begrippenkader van het Sociale Domein wordt bij de overdracht van de leerling vanuit het onderwijs naar de gemeenten op dit moment weinig efficiënt gebruik gemaakt van de in het onderwijs opgebouwde kennis over de jongeren. Na het schoolverlaten worden de jongeren die een beroep willen doen op voorzieningen van de gemeente opnieuw door de gemeente beoordeeld. Dat is op de eerste plaats niet klantvriendelijk. Naast het feit dat het vaak om extra werkzaamheden gaat, kan de nieuwe beoordeling, vanwege de andere invalshoek van de gemeente, ook leiden tot een andere inschatting dan tijdens het onderwijs is gemaakt. Dit laatste kan tevens tot de conclusie leiden dat de jongeren niet doorstroomt naar de uitstroombestemming waarop hij/zij tijdens het onderwijs is voorbereid.

Duurzaam en efficiënt

Om tijdens het onderwijstraject conform het begrippenkader en normering van de gemeenten/UWV een goede inschatting te kunnen maken van de arbeidsvaardigheden van de jongere en de overdracht efficiënt te laten verlopen, zal in het PrO en VSO meer gebruik gemaakt moeten worden van de tools en definities die gemeenten/UWV hanteren. Dit zal er toe leiden dat de overgang van jongeren uit het PrO en VSO minder complex zal zijn en dat er geen vertaalslag meer hoeft te worden gemaakt tussen de onderwijsopbrengsten en de beoordeling door gemeenten/UWV.