Home > Nieuws > Blog Therese Boersma: 'De vlag kan uit...of toch niet?'

Blog Therese Boersma: 'De vlag kan uit...of toch niet?'

Dinsdag 07 Juli 2015

Door: Therese Boersma

Zo vlak voor de zomer zie je ze weer tevoorschijn komen: de vlaggen met schooltas. Klaar met school! En dan? Doorleren? Werken? Leerlingen van de praktijkscholen hebben deze keuze vaak niet, werken is meestal de volgende stap. Een deel van deze schoolverlaters heeft geluk en mag blijven bij de werkgever waar stage is gelopen. Echter, de meeste leerlingen moeten op zoek naar een baan. Iets wat niet makkelijk is in de huidige arbeidsmarkt.

De kans is dan ook groot dat een deel van deze groep thuis komt te zitten. En, hoe langer deze periode duurt hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt wordt. Uiteindelijk, wanneer de jongere uit huis gaat, zal hij aankloppen bij de Gemeentelijke Sociale Dienst voor een uitkering. En dat terwijl er binnen de Participatiewet mogelijkheden zijn om de jongere en zijn (toekomstige) werkgever te ondersteunen. Schoolverlaters van het praktijkonderwijs van de periode 10 september 2014 tot en met 17 juli 2015, kunnen tijdelijk direct opgenomen worden in het doelgroepenregister wanneer de verwachting is dat het niet haalbaar is het wettelijk minimumloon te verdienen. Dit kan al vanuit de school – of met hulp van de school- sinds 15 juni, direct bij het UWV. Hierdoor zijn zij direct kandidaten voor garantiebanen èn loonkostensubsidie.

In inzicht en samenwerking ligt de sleutel

Maar, is er inzicht in welke jongeren met welke capaciteiten de school verlaten? Hoe zorg je ervoor dat de jongere vanuit een actieve situatie (school / stage) doorstroomt naar een passende en duurzame baan? Ik ben er van overtuigd dat inzicht en samenwerking hierbij de sleutelwoorden zijn. Wanneer al tijdens het laatste schooljaar, wellicht zelfs al eerder, actief assessment wordt ingezet tijdens de stage is er al een helder beeld van de jongere en zijn capaciteiten qua werk. Verdere gegevens die bij de school bekend zijn, resultaten, persoonlijke situatie en begeleiding maken het beeld compleet. Hoe ziet de situatie van de jongere eruit en waar wil en kan hij naar toe groeien? Een loonwaarde onderzoek bij de laatste/ langste stage geeft daarbij een objectieve uitspraak van de jongere in een dergelijke werksetting. Zo kan in de laatste fase al bekeken worden of de jongere mogelijk bij de stagewerkgever kan blijven als werknemer, maar ook met welke capaciteiten en ervaring de jongere uit zal stromen.

Aan de andere kant is het samenwerken in de regio essentieel. Werkgevers met garantiebanen kunnen deze bekend maken bij de praktijkschool die op hun beurt de leerlingen die aansluiten bij het gevraagde profiel kunnen voorstellen bij werkgevers. Ik kan mij hier ook een rol van de gemeente bij voorstellen. Want, hoewel de meeste niet werkende schoolverlaters van de praktijkschool niet direct een beroep zullen doen op een uitkering, op langere termijn is er een reële kans dat dit wel het geval zal zijn.

Duurzame uitstroom moet het doel zijn

Mijn conclusie is dan ook: om te voorkomen dat de schoolverlaters van de praktijkscholen tussen wal en schip terecht komen, de kans op duurzame uitstroom naar werk te vergroten en daarmee de kans op beroep op een uitkering te verkleinen, is inzicht in de doelgroep, inzicht in de mogelijkheden op de arbeidsmarkt en samenwerking van scholen, werkgevers, gemeente en ondersteunende instanties in de regio noodzakelijk.