Home > Nieuws > Geen extra geld voor bijzondere bijstand

Geen extra geld voor bijzondere bijstand

Donderdag 07 April 2016

Gemeenten hoeven voorlopig niet te rekenen op extra rijksgeld om de teruglopende budgetten voor bijzondere bijstand te compenseren. Dat valt op te maken uit de antwoorden van staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA, SZW) op vragen van de SP.

Vooruitlopen

Divosa bracht onlangs cijfers naar buiten waaruit bleek dat gemeenten sinds 2005 anderhalf tot twee keer zo veel uit aan bijzondere bijstand en minimabeleid uitgeven dan het budget dat ze hiervoor krijgen van het rijk. SP-Kamerlid Karabulut vroeg daarom aan Klijnsma of ze van plan is de gemeenten meer budget te geven als de kosten voor de bijzondere bijstand blijven oplopen. Klijnsma wil daar niet op vooruitlopen, antwoordde ze. Eén en ander is nog in onderzoek. Bovendien, schrijft ze, is uit een herijking van het Gemeentefonds onlangs gebleken dat binnen het cluster Werk en inkomen ‘de lagere uitvoeringskosten en hogere uitgaven elkaar ongeveer compenseren.’

Vrij besteedbaar
Klijnsma noemt het verder onterecht dat in de factsheet van Divosa uitgegaan wordt van een specifiek, geoormerkt budget voor bijzondere bijstand. ‘De middelen voor bijzondere bijstand maken onderdeel uit van de algemene uitkering van het gemeentefonds en zijn daarmee vrij besteedbaar’, aldus de staatssecretaris. Er is dus geen vast budget. De herijking die onlangs heeft plaatsgevonden, heeft gezorgd voor een andere verdeling van het geld. Ook Divosa concludeert dat deze verdeling beter aansluit bij de gemeentelijke praktijk, schrijft ze.

Statushouders en bewindvoering
De extra kosten voor bewindvoering omdat meer mensen in de schulden zitten, hebben Klijnsma’s aandacht. Voordat ze maatregelen wil nemen, wacht ze de resultaten van een door haar ingesteld onderzoek af. Ook over het compenseren van gemeenten voor de extra kosten die gemaakt worden voor statushouders, neemt ze nog geen besluit. Klijnsma wacht ze op cijfers die moeten komen van de werkgroep normeringsystematiek.

Bron: Binnenlands Bestuur