Home > Nieuws > Klijnsma: gemeenten moeten weigeringen individueel toetsen

Klijnsma: gemeenten moeten weigeringen individueel toetsen

Donderdag 02 April 2015

Niemand mag de toegang tot schuldhulpverlening worden ontzegd vanwege het enkele feit dat hij of zij een koophuis heeft, geen inkomen heeft of een behandeling ondergaat in de verslavingszorg. Gemeenten mogen deze en andere uitsluitinggronden niet toepassen. Dit geldt ook voor algemeen geformuleerde weigeringgronden, schrijft staatssecretaris Klijnsma in antwoord op Kamervragen van de PvdA en ChristenUnie. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening kent slechts één uitsluitinggrond. Een vreemdeling kan slechts voor schuldhulpverlening in aanmerking komen als hij een ingezetene is die rechtmatig in Nederland verblijft.

Aanleiding is het rapport 'Onoplosbare schuldsituaties', dat eind november 2014 verscheen. Hierin concludeert lector schulden Nadja Jungmann (Hogeschool Utrecht) onder meer dat gemeenten verschillende varianten van uitsluitinggronden in de beleidsregels hebben opgenomen. Hierdoor vallen veel gezinnen met schulden buiten de boot.

Verschil weigeringgronden en uitsluitinggronden

Klijnsma wijst erop dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) niet spreekt over uitsluitinggronden, maar uitsluitend over gronden om de toegang tot de schuldhulpverlening te weigeren. Gemeenten kunnen mensen weigeren nadat ze een afweging hebben gemaakt van individuele omstandigheden. Bijvoorbeeld omdat iemand zich niet houdt aan eerder gemaakte afspraken of zich ernstig misdraagt jegens medewerkers van de gemeente.

Bij uitsluitinggronden wordt zo'n afweging niet gemaakt. Dan komen gezinnen simpelweg niet in aanmerking voor schuldhulpverlening omdat ze bijvoorbeeld geen inkomen hebben, hun echtscheiding niet rond hebben of worden behandeld bij de GGZ. Dit mag op grond van de de Wgs niet. Hetzelfde geldt voor algemeen geformuleerde weigeringgronden (bijvoorbeeld weigering vanwege het enkele feit dat iemand een koophuis heeft of omdat een jongere nog geen inkomen heeft). De Wgs schrijft voor dat de gemeenten in deze situaties altijd een individuele afweging moeten maken.

Passende ondersteuning

In haar rapport concludeert Jungmann ook dat 40% van de aanvragers in een onoplosbare schuldsituatie zitten vanwege hun gedrag. Zij pleit er voor dat gemeenten voorzichtiger zijn met het weigeren van de schuldhulpverlening en vindt dat gemeenten - als de motivatie bij mensen lijkt te ontbreken - moeten kijken of ze die motivatie niet alsnog kunnen verkrijgen. Klijnsma deelt deze mening. Gemeenten moeten daarbij niet kijken of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden van de standaard dienstverlening van de gemeente. Hun ondersteuning moet passen bij de mogelijkheden van de hulpvrager. In combinatie met een op preventie gerichte aanpak ontstaat zo een goede en effectieve schuldhulpverlening, aldus de staatssecretaris.