Home > Nieuws > Te weinig werkplekken voor arbeidsgehandicapten gerealiseerd

Te weinig werkplekken voor arbeidsgehandicapten gerealiseerd

Donderdag 14 Januari 2016

De overheid realiseert te weinig werkplekken voor arbeidsgehandicapten. We roeien tegen macrotrends in, aldus banenambassadeur Hans Spigt.

Op schrift staat het er stoer. ‘In tien jaar tijd 25.000 banen creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat gaan we als overheidswerkgevers voor elkaar krijgen.’ Was getekend: Ronald Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken; Jan van Zijl, voorzitter van de MBO-Raad, en Roel Cazemier, voorzitter van het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG. 

Maar het aanvankelijke ‘Yes we can’ klinkt een toontje lager. Met minder dan twee maanden te gaan tot aan de telling van 2015 is het vrijwel zeker dat de doelstelling voor dit jaar – 3.000 extra aangepaste overheidsbanen vanaf 2013 – niet wordt gehaald. Het tijdpad was te optimistisch, denkt Hans Spigt, ambassadeur voor de uitvoering van de banenafspraken in de publieke sector (overheid en onderwijs). ‘De beweging naar een inclusieve arbeidsmarkt vraagt tijd,’ constateert de voormalige PvdA-wethouder van Dordrecht en Utrecht, jarenlang voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG. ‘De banenafspraak is een politieke afspraak, maar je kunt niet met een druk op de knop de hele arbeidsorganisatie in Nederland wijzigen. Behalve over het plaatsen van mensen gaat het over hervormingen op de arbeidsmarkt en met name in arbeidsorganisaties. Helaas is er nog geen oplossing om massa te creëren, terwijl dat in het licht van de afspraken wel zou moeten.’

De banenafspraak houdt in dat werkgevers in Nederland tot en met 2026 in totaal 125.000 extra banen (voorheen: ‘garantiebanen’, een benaming waar werkgevers van gruwden) creëren voor de groep die valt onder de Participatiewet en die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen (zie kader volgende pagina). 100.000 daarvan moeten gerealiseerd door het bedrijfsleven; de rest is voor rekening van overheid en onderwijs. Alleen mensen die in het zogenoemde ‘doelgroepregister’ van het UWV zijn opgenomen, komen in aanmerking voor de banenafspraak. Dat is een database met gegevens van mensen die onder de doelgroepen van de banenafspraak vallen en daarop zijn (her)beoordeeld. Werkgevers kunnen het UWV vragen of iemand in het register staat. 

Van diverse kanten (gemeenten, werkgevers en Divosa) is opgemerkt dat de toetsingscriteria van het UWV te rigide zijn, waardoor minder mensen geplaatst worden dan met enige souplesse mogelijk zou zijn. Maar verantwoordelijk staatssecretaris Klijnsma (PvdA, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) wil de criteria niet oprekken, uit vrees dat de minst kansrijken anders weer achteraan moeten sluiten.  

Lees verder op www.binnenlandsbestuur.nl.